Wat wij leren in groep 1/2

In groep 1 en 2 staat spelen centraal. Door hun spel verkennen kleuters de wereld, leren ze te communiceren, leren ze op een goede manier met elkaar om te gaan, ontdekken en oefenen ze. 

Kanjerschool
Op onze school geven we Kanjerlessen. Met deze lessen wordt er aandacht besteed aan gevoelens, van jezelf en de ander, leren kinderen hoe ze een probleem kunnen oplossen en elkaar kunnen helpen.
We spelen en oefenen onze Kanjerregels:

  • We vertrouwen elkaar
  • We helpen elkaar
  • We werken samen
  • We hebben plezier
  • We doen mee

Bijbelverhalen
We beginnen de dag regelmatig in de kring. De kinderen vertellen hun belevenissen en luisteren naar een Bijbelverhaal. We zingen liedjes en bidden. Op maandag Is er regelmatie een weekopening. In de weekopeningen zijn de groepen 1-4 bij elkaar en staat een thema centraal. 

Spelend leren
Spel is belangrijk. Met spel vergroten kinderen hun woordenschat en fantasie, ze leren dingen zelfstantig te doen. Ook komen er andere diverse taal- en rekenvaardigheden in het spel naar voren. Kinderen zijn bijvoorbeeld aan het tellen als ze in een winkel spelen of vergroten het ruimtelijk inzicht bij het bouwen in de bouwhoek.
Kinderen leren door te zetten als iets tegenzit, plannen van werkjes en geconcentreerd bezig te zijn. Ze leren omgaan met hun emoties en die van anderen. De kinderen ontwikkelen een duidelijk zelfbeeld en kunnen zelfstandig taken uitvoeren.

Thema’s en letters
In groep 1/2 werken we aan de hand van actuele thema’s. We bieden bij elk thema een letter aan en laten deze zichtbaar zien in de klas. De kinderen zoeken spullen/plaatjes waar die letter in voorkomt. Zo worden de letter en klank ‘zichtbaar’ voor de kinderen.
Bij elke letter hoort een gebaar. Deze gebaren sluiten aan bij de methode Staal van de groepen 3 t/m 8. In groep 2 bereiden we ons voor op groep 3. Zo bieden we voorbereidende schrijflessen aan en zijn er meerdere werkjes die de kinderen zelf inplannen via het keuzeplanbord. Groep 1 plant ook de werkjes in.

Taalontwikkeling
Taal is de basis van al het andere leren. Het stimuleren van een goede taalontwikkeling is dan ook het centrale doel van de kleuterperiode. Door voorlezen, rijmspelletjes, liedjes en kringgesprekken bouwen de kinderen een steeds grotere woordenschat en taalinzicht op.

Onderzoek heeft uitgewezen dat taalvaardigheden van jonge kleuters samenhangen met het gemak waarmee ze later gaan lezen en spellen. Tijdens de taalactiviteiten leren de kinderen o.a.:

  • Vergroten van de woordenschat.
  • Nazeggen van zinnen en korte versjes.
  • Herkennen van klanken.
  • Samenvoegen van klanken en klankgroepen, maar ook het ‘hakken’ van woorden.
  • Rijmen.
  • Diverse letters visueel en auditief herkennen.
  • Hun naam schrijven.
  • Goede zinsbouw.
  • Vloeiend en verstaanbaar praten.

Tellen 
Rekenen in groep 1 is vooral tellen tellen tot 10. Dit wordt uitgebreid in groep 2 tot 20 en we stimuleren de kinderen om nog verder te tellen. De kinderen kunnen vaak het rijtje getallen van 1 tot 10 opzeggen, maar de telwoorden hebben nog amper betekenis voor hen. Van echt tellen is pas sprake als een kind daadwerkelijk getalbegrip heeft en dus waarde aan de telwoorden toekent.

In groep 1 en 2 krijgen kleuters gaandeweg het ‘echte tellen’ onder de knie. Ook worden de kinderen vertrouwd gemaakt met rekentermen als ‘erbij’ en ‘eraf, en ‘meer’ of ‘minder’, ze leren begrippen die te maken hebben met lengte en gewicht en ze oefenen met sorteren en ordenen (links/rechts, voor/achter/naast, cirkel/vierkant/driehoek, enzovoort). Veel rekenkundige begrippen zitten verborgen in opdrachten als bouwen met blokken, buitenspel, werkjes en puzzels.

Tijdens de rekenactiviteiten leren de kinderen o.a.:

  • Tellen tot 10 (groep 1).
  • Cijfers herkennen tot 10 (groep 1).
  • Snel herkennen van aantallen tot 6 zonder te tellen.
  • Tellen tot 20 en terug.
  • Cijfers herkennen tot 20.
  • Tellen in stappen van 2, 5 en 10.
  • Tellen vanaf een willekeurig getal.
  • Wat staat er voor het getal en welk getal komt erna.
  • Hoeveelheden sorteren en ordenen.
  • Kleuren en vormen.
  • Seizoenen, maanden, dagen van de week.
  • Begrippen als vandaag, gisteren en morgen.
  • Optellen en splitsen van getallen tot 12.
  • ​​​​​​​Rekenbegrippen kennen, ordenen en vergelijken.

Grove en fijne motoriek
De kinderen in groep 1 en 2 verbeteren hun grove motoriek door gymnastiek en het buiten spelen. Denk aan huppelen, hinkelen, rennen, springen, touwtje springen, balanceren, vangen en gooien, duikelen, koprollen, mikken, schommelen, klimmen en klauteren, tikkertje en bewegen op muziek.

De fijne motoriek wordt gestimuleerd tijdens de werkjes. De kinderen leren de juiste pengreep te hanteren, binnen de lijntjes te kleuren, verven, schrijfbewegingen te maken, vouwen, knippen en plakken, scheuren, prikken, puzzels maken, rijgen en bouwen.

Engels
Vanaf groep 1 bieden we de leerlingen wekelijks Engels aan. Wij gebruiken de methode I Pockents. Met liedjes, spelletjes en natuurlijk Little Monkey raken de kinderen vertrouwd met Engelse woorden en oefenen ze deze spelenderwijs.